2.5.12

Ruzie in bed



Uit een Brits onderzoek is naar voren gekomen dat we gemiddeld 167 keer per jaar ruzie hebben in bed. Dat vind ik fascinerend. Niet alleen omdat de meeste mensen allang ruzie hebben vóórdat ze in bed liggen, maar zelf ben ik ook een beruchte ‘bedruziër’. Zo kan ik me in vrijwel alle ergernissen uit het onderzoek vinden (behalve ‘kinderen in bed’: thank God). Want ja; ik vind het ontzettend irritant als je snurkt, het dekbed van me afpakt of wanneer je - als ik comateus in bed lig - thuiskomt van de kroeg en tegen me aan gaat zitten rijden.
Met een ex-vriendje had ik zo ongeveer last van alle bovengenoemde situaties. Midden in de nacht werd ik dan wakker, omdat (ex-)vriendlief zich als een ‘40-graden-kachel’ tegen me aan had genesteld of - godverdomme -het gehele dekbedovertrek als een cocon had gebruikt. Nog erger waren de momenten dat ik bijna uit bed viel, omdat hij in zijn dromen een ‘sneeuwengel’ aan het maken was of ruzie met Mike Tyson had. Tijdens een bijzonder zware nacht in december kreeg ik zelfs een elleboog in m’n oogkas geramd. Vond ik niet grappig. Vriendlief ook niet meer toen hij wakker werd van een houten vloer in z’n gezicht.
Mijn excuus is dat ik licht slaap. Gesnurk is daardoor lastig te negeren en een plotselinge beweging kan voor een flinke dosis pepperspray in je neus zorgen. Dit vermeld ik echter niet van te voren aan mensen die bij me blijven slapen. Geen van hen is namelijk ooit eerlijk geweest over het feit dat hij/zij snurkt, slaapwandelt, over bomen praat of boksneigingen heeft in bed. Nee, dat is altijd weer een ‘verrassing’, waarvan men vervolgens zegt: “Echt waar? Snurk ik? Nou, dat heb ik echt nog nóóit gehad!”. Gelul. Daarom zeg ik ook niet van te voren dat ik een ‘bedzilla’ ben. Zo is de klap van het vallen op de houten vloer ook altijd weer een ‘verrassing’ voor hen. Wel zo eerlijk.
Gelukkig bewijst het onderzoek over ‘ruzie in bed’ maar weer dat ik niet de enige ‘bedzilla’ ben en ik dus een praatgroepje kan oprichten. Het lijkt me namelijk heerlijk om met lotgenoten te praten over de irritaties die ‘niet douchende mannen’ en ‘ik-heb-aan-vijf-uur-slapen-genoeg-bedgenoten’ met zich mee brengen. Wie weet kunnen we er zelfs een yell maken! Iets in de trant van: “Ik wil slapen, slapen, slapen. Als je hier geen rekening mee houdt, kun je godverdomme nooit meer kinderen maken”.
Who’s in?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen