12.10.12

Een overdosis National Geographic



Ik ben nogal van de simpele televisie. Slechte series, flauw amusement; daar maak je me extreem gelukkig mee. Geef daarnaast een rol koekies en een plaid en je hebt gegarandeerd een fijne avond. Of nou ja. Ik dan.

Een van m’n beste vrienden wilde vroeger echter altijd naar Discovery Channel, Animal Planet of National Geographic kijken. Ik niet. Ik was achttien. Wat kon het stijgen van de oceaanspiegel mij in jezusnaam schelen? Dit hield hem echter niet tegen om alsnog de afstandsbediening uit m’n handen te pakken. En ik liet het toe. Hij was immers twee meter lang. Zelfs de honkbalknuppel uit onze gangkast maakte geen indruk. Vijf seconden later zat ik dan ook luid mopperend naar ‘world’s most deadliest’ of het uitsterven van de dinosaurus te kijken.

Als het hierbij was gebleven, had het nog goed kunnen komen. Maar helaas. Paps was ook een fervent fan van deze wereldse programma’s en ’s avonds was het dus tijd voor Jim uit de jungle en het leven op een garnalenboot in het oog van een orkaan.

Wat pap en deze vriend niet doorhadden was dat het gemopper steeds minder werd. Sterker nog: wanneer ik uit school kwam, zette ik eerst de televisie op één van bovenstaande programma’s. Een rol koekies verder wist ik alles over de witte haai en was ik genezen van het idee om ooit nog te surfen. Ik heb nog steeds geen idee hoe deze zenders het doen, maar één middagje National Geographic en je gelooft dat de wereldbol morgen explodeert en de enige manier van vakantie vieren bestaat uit het beklimmen van de Himalaya zonder zuurstoftank.

Het is inmiddels een aantal jaren verder en mijn obsessie voor de wereld is duidelijk afgenomen. Misschien had ik ook een overdosis informatie gekregen die in het dagelijkse leven niet bijzonder relevant is. Wanneer zwem ik immers met een bultrug of ga ik voor de lol met een vriend op survival in de Sahara? Inmiddels staan daarom RTL Boulevard, The Voice en My Big Fat Gypsy Wedding weer op het dagelijkse programma, maar twee weken geleden had ik ’s middags een ‘zapmoment’. Toen mijn vertrouwde vrienden Cesar Millan en Blimp van de garnalenboot op beeld verschenen, kon ik niet anders dan weer naar het ‘koekiekastje’ lopen. Twee uur later was mijn kennis over het uitlaten van de hond optimaal en had Blimp weer een dodelijke storm overleefd.

Ik was gelukkig.

Komend weekend wordt dan ook een vertrouwd ‘wat-wist-ik-nog-niet-van-de-wereld’ televisiemomentje. Maar ik lees voortaan wel eerst waar de aflevering over gaat. Zo voorkom ik een slapeloze nacht (want wie weet vergaat de wereld) en het inspecteren van onze wc-pot naar loerende, giftige slangen. Bovendien wil ik niet ontdekken dat koala’s eigenlijk mensetende monsters uit een ander universum zijn. Over een week ga ik naar Australië en dan moet ik natuurlijk op de foto met die koala.

Op zulke momenten wil ik graag geloven dat het een lief troetelbeest is. Niet iets met giftanden.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen